Van middag om twaalf uur aangeland in Costa Rica, van een reis
die begon gisterenochtend rond half zeven in Moyogalpa.
De boot die ons van dit eiland naar San Carlos zal varen vertrekt
vanuit een ander dorp, Altegracia.
Tijdens de busrit hebben we een mooi uitzicht op de werkende vulkaan
van dit eiland, de Concepion, de andere, de Maderas is uitgedoofd en
vanuit het busraam soms zichtbaar.
Van Altegarcia moeten we nog een uur lopen naar de steiger,
over een onverharde weg die tussen de bananenplant naar het haventje loopt.
Daar aangekomen horen we dat de boot pas om zes uur in de middag aankomt
en dan een uur later vertrekt.
Het lange wachten begint, net als een scene in een klassieke western
waar de held van het verhaal, op een afgelegen stationnetje op een trein wacht.
De helden in dit verhaal wachten op een boot.
De zon is fel en af en toe loopt er een hond of een varken voorbij,
op zo'n 50 meter van ons afdak liggen een paar vissersbootjes afgemeerd,
Wat kinderen spelen op de boten en springen in het water.
Af en toe komt er een Pick Up met een ladig groene bananen het terrein
op en worden de kammen met bananen op de kade op gestapeld.
Deze gaan mee met de boot en dit bekijken is ons enige vertier.
Met een paar blikjes Tonja en een paar kaakjes, proberen we
de warmte te beheersen.
Het is al donker als het schip rond zeven uur vertrekt voor een
nachtelijke cruise, die uiteindelijk om 5 uur de volgende ochtend
in San Carlos eindigt.
Aan boord beneden deks, in een broeiende atmosfeer is haast
geen zitplaats meer te vinden en met moeite er twee naast elkaar verovert.
In de loop van de avond hebben we ons territorium langzaam uitgebreid.
Tijdens de overtochtwort er op vier grote TV schermen DVD's vertoond
met slechte B films over helden en slechterikken die elkaar met
Karate en Kong Fu bestrijden.
Gelukkig winnen de goeien en delven de boeven na veel stijd het onderspit.
Om half vier het hoogtepunt van die nacht, Rambo, die in Birma een mooie
blonde zendelinge helpt, die tegen zijn advies in, toch de jungle
in trekt om arme zielige Birmeese weeskinderen te helpen.
Hij redt haar uit de handen van een paar honderd Polpotters, die aangevoerd
door een bruine met een amerikanse zonnebril op.
Iedereen dood ook de kinderen want die heb ik in het verhaal niet meer gezien.
Onze redding is de aankomst in San Carlos.
Deze plaats is ook de grensovergang, een uitreisstempel van de emigratie
van Nigaragua in onze paspoorten en we kunnen verder nu naar Costa Rica.
Van San Carlos naar Los Chiles is twee uur varen over de Rio de San Juan,
een rivier die in Costa Rica ontspringt en de grens vormt met Nigaragua.
We varen over de rivier door de jungle, een mooie ervaring,
met aan weerszijde bomen en tropische planten, die tot in het
bruingroene water groeien.
Uit het water steken takken van dode bomen omhoog waarop soms
een reiger of aalsgolver zit.
Twee keer een Quetsal gespot met zijn blauwgroene veren en lange staart.
Onderweg begint het te regenen eerst zachtjes, maar daarna een fikse bui,
zo komen we In Los Chiles aan.
Costa Rica pura Vida.