Panajachel, 17 noviembre.

Het is vijf uur in de middag als ik aan dit verhaal begin te schrijven.
Ben en ik zijn nog in Panajachel aan het meer van Atitlan.
Het had geen zin om vanochtend nog naar Guate, Guate te gaan.
De papieren liggen klaar op de ambassade maar dan moeten we nog regelen dat er een inreisstempel op de papieren van Ben komt en dat redden we waarschijnlijk niet meer voor sluitingstijd van de betrefende instantie.
Morgen dan maar om zes uur met de bus en de boel regelen. We gaan dan direct door naar El Salvador.
We hebben de rest van de dag op een gerelaxte manier doorgebracht.
Eerst met de bus naar Solola een bergdorp dat zeshonderd meter boven het wateropervlak van Laguna Atitlan ligt.
De rit er heen was spectaculair een sleil bochtige weg, af en toe een waterval tussen de begroeiing op de berghelling.
Af en toe zicht op het meer en de vulkanen. In Solola stopt bus de uiteraard bij de markten onvermijdelijk loop je die op en sta je weer tussen de groenten en het fruit.
Een vrolijk tafereel, de zonovergote markt, de kleuren van de klederdrachten. Niet allen vrouwen dragen de traditionel dracht er zijn ook mannen die een geborduurd vest
aan hebben, een broek van de zelfde stof als de vrouwen rokken.
om hun middeleen brede doek van 60 cm. breed, op hun hoofd een witte hoed. Na een uurtje hebben we het gezien maar voordat we in de bus naar Pana... namen eerst nog een kam bananen gekocht.
Amigas y amigos de tent hier gaat sluiten morgen de rest van het verhaal.

groeten van twee tevreden mensen.